Renze Borkent – Rijp

Het is winter. Tussen de Lage Vaart en de Vaart der Volkeren die A6 heet loopt een groep reeën tussen het verstijfde gras. Verderop doemen mistbanken op. Bij de Oostvaardersplassen zit alles potdicht. Geen verte, alleen ik en de eerste 30 meter. Even later kietelt een waterig zonnetje de bovenste mistflarden. Een vos zwerft eenzaam over de vlakte.

Het is stil in de natuur. Een treurwilg staat langs de waterkant zonder een vin te verroeren. Geen zuchtje wind, geen vogelzang, zelfs het winterkoninkje doet er het zwijgen toe. Zijn het minuten en nog eens minuten stilte voor alle ellende die de afgelopen tijd gebeurde? Is het de ingehouden adem voor wat komen gaat? Of is het gewoon de diepe winterslaap van de natuur? Tijd om te rusten. Bespaar je de energie, hoor ik om me heen.

Een konikpaard verdrijft hinnikend de stilte. Snuivend tussen de sneeuw staat de kudde koniks op de kale grond. De wereld om me heen is kleurloos en prachtig. Wit, lichtgrijs, lichtbruin, soms zwart, maar vooral alle kleuren wit en alle vormen wit. Mist + kou = rijp. Alles in deze wereld is rijp. Rijp en wit in alle soorten en maten. Hier geen rauwe werkelijkheid.


Boven in de top van een boom zit een klapekster. Grijze rug, zwarte staart, witte buik, zwart boevenmasker. Deze bandiet past bij de kleuren van dit winterlandschap. Het is alsof deze asielzoeker begrijpt wanneer je dit land mag binnenvliegen: je bent welkom, maar je past je aan.

Dan zie ik een roodborstje. Onopvallend tikkend in een struik. Ik sta stil. Het vogeltje bekent kleur in een ijskoude wereld. Hij laat z’n kop niet hangen als een steenkoude rietpluim. Zie ‘m toch eens trouwhartig op dat hek zitten. Rustig scharrelt ie z’n kostje bij elkaar.

Ja, graag nog veel meer roodborstjes!